Hoe gaat het nu met... Borre Akkersdijk?

October 17 2017

17
Oct
2017

In 2012 is (mode)ontwerper Borre Akkersdijk de winnaar van de Young Designer Award. Volgens de jury is zijn werk “eigenzinnig” en speelt hij met machines door hun grenzen te verleggen en te verkennen. In zijn projecten komen diverse disciplines samen, maar momenteel staat voor Borre het onderzoek naar materialen en het ontwikkelen van eigen textiel centraal.

De jury gaf destijds aan dat je met het gebruik van oude machines nieuwe technieken en toepassingen ontwikkelde, die volgens hen leidden tot “een nieuw soort geluid”. Op welke manier heb je je werk doorgezet na het winnen van een Dutch Design Award?

“Voordat ik de Young Designer Award won, had ik eigenlijk vooral veel dingen volgens het boekje gedaan. Ik studeerde in 2009 af aan de Design Academy Eindhoven, liep stage bij Lidewij Edelkoort en presenteerde een collectie tijdens de fashionweek in Parijs. Mijn ontwikkeling was herkenbaar voor het publiek. Daarnaast deed ik achter de schermen ook veel onverwachtse projecten. Ik werkte een concept uit in stop motion film en vroeg Niels Hoebers (in 2014 eveneens genomineerd voor een Young Designer Award, red.) om daaraan mee te werken. Omdat ik graag gebruik maakte van andere, vernieuwende materialen, werkte ik mee aan projecten van grote organisaties als Nike en South by Southwest. Ik maakte langzaam een cross-over van design naar mode en verdiepte me in diverse disciplines, maar mijn nieuwsgierigheid werd op deze manier ook mijn downfall. Men kon niet meer goed plaatsen wat ik nou eigenlijk deed. De laatste jaren heb ik me daarom gefocust op één bepaalde richting en geprobeerd dit te communiceren met een collectie (BYBORRE, red.) als duidelijke showcase. In mijn gedachten ben ik nog steeds met duizend dingen bezig, maar het blijkt lastig om als ontwerper je hoofd boven water te houden als je bezig bent met innovatieve projecten die veel geld kosten.”

Waar ligt nu die focus?

“Ik denk vooral op het gebied van innovatief textiel met de eindgebruiker in gedachten. Mijn team en ik zijn erg nieuwsgierig dus we hebben ook veel extreme uitstapjes gemaakt door samenwerkingen aan te gaan met het Centrum voor Wiskunde en Informatica en de Technische Universiteit Eindhoven. We wilden uitvinden hoe we technologie konden integreren in onze ontwerpen. Hoewel deze projecten ontzettend interessant in de oren klinken, blijkt de mogelijkheid om het concept verder te ontwikkelen in de realiteit toch tegen te vallen. Onderzoek doen naar de mogelijkheden van technologie in textiel kost miljoenen, en dat hebben we gewoon niet. Bovendien zijn bedrijven vaak niet meer geïnteresseerd wanneer je project een ‘ver van je bed show’ wordt, want ze willen snel resultaat zien. We zouden ontzettend graag de ruimte en het budget willen hebben voor dergelijk onderzoek, maar moeten eerst nog andere stappen nemen om op dat punt te komen. Onze kracht ligt echt bij textielinnovatie; het op een vernieuwende manier werken met bestaande machines en het vinden van de juiste garen, bijvoorbeeld. We willen vormgeven met de gebruiker in gedachten en dit komt terug in onze eigen collectie. Door de software van onze machine te upgraden, worden kleurovergangen en kleurencombinaties uniek. Op deze manier ontwerpen we kledingstukken die niet iedereen kan maken, maar de keerzijde daarvan is dat we zelf een manier moeten vinden om het systeem te doorbreken en de productie op te schalen.”

Ook met BYBORRE blijf je jezelf ontwikkelen, je werk is continu gericht op innovatie en vooruitgang. Welke stappen zou je graag nog willen nemen in de toekomst?

“Natuurlijk wil ik dat het label op zichzelf kan staan en dat honderd miljoen mensen in aanraking zijn gekomen met BYBORRE textiel. En ik zou ook aan de slag willen met wearable technology. Overigens denk ik niet dat het dan nog zo genoemd wordt; we hebben het tegenwoordig toch ook niet over een ‘technologische auto’ of een ‘technologische vaatwasser’? In de toekomst zal technologie meer en meer ter ondersteuning dienen van een product, dus het wordt steeds minder nodig om het die extra lading te geven door het ‘technologisch’ te noemen. In deze tijd is de combinatie van techniek en design een populair onderwerp in de media, maar mensen vergeten dat grote bedrijven als Philips in samen werking met Massimo Osti al eind jaren ’90 bezig waren met het ontwikkelen van technologie in textiel. Het is helemaal niet zo modern wat we allemaal doen. Ik wil met mijn ontwerpen geen hippe gadgets maken maar als het in de toekomst echt geïntegreerd kan worden, zou het ook door kunnen vloeien in collecties.”

Zou je kleding willen ontwerpen voor het grote publiek?

“Ik zou het wel leuk vinden als mensen mijn kleding op straat herkennen, ja. Maar dan wel aan het ontwerp en niet per se aan het logo. Ik zou het heel vet vinden als zo’n groep kinderen mijn merk oppakt voor het materiaal en het verhaal achter de kledingstukken. Dat ze bijvoorbeeld aan elkaar kunnen vertellen dat hun kleding innovatief is en wordt gemaakt zonder tussenkomst van chemische processen. Onze productie kost veel tijd, materiaal, energie en apparatuur, dus we doen het vooral uit liefde en niet om rijk mee te worden. Ons label laat zien wat er allemaal mogelijk is, en is dus niet de drijfveer om zo snel mogelijk gigantisch groot te worden. We doen naast het label samenwerkingen en ontwikkelingen voor én met leading brands waar de groei en schaal vaak een stuk groter zijn. Het merk wordt wel stukje bij beetje uitgebreid, maar ons doel is niet om over vijf jaar ineens een miljoen kledingstukken te produceren. Ik zie liever dat er dan tien miljoen mensen in aanraking zijn gekomen met wat we aan het doen zijn. Ik denk trouwens wel dat er een moment komt dat kleding meer voor je doet dan alleen je image hooghouden en je beschermen omdat je niet naakt naar buiten mag. Wanneer dat gebeurt, zal het denk ik minder belangrijk worden hoe zo’n kledingstuk eruitziet. Omdat kleding tot die tijd alleen maar om image zal draaien, hoop ik dat de next generation toch steeds meer gaat beseffen dat kleding gemaakt moet worden van goede materialen en dat ontwerpers daar goed over na moeten denken. Welk verhaal schuilt er eigenlijk achter het kledingstuk dat ik nu draag?”

Bij het uitbreiden van je label en het uitdragen van je verhaal helpt het natuurlijk wel dat je een aantal samenwerkingen met grote merken op je naam hebt staan, zoals Nike en Volvo.

“Zulke samenwerkingen met grote bedrijven zorgen er inderdaad voor dat het merk staat, dat we “echt” zijn. Het nadeel is wel dat mensen vaak alleen weten dat we die samenwerkingen gedaan hebben, maar eigenlijk alleen onze eigen projecten en collecties kennen. Je stapt weliswaar iedere keer in een nieuwe, voor jou nog onbekende wereld waar je je expertise kunt ontwikkelen en onderzoek kunt doen, maar het eindproduct is dan wat minder aantrekkelijk. Het is vaak een halffabricaat; alleen een bepaald materiaal of een collaboration. Aan de andere kant vind ik het onderzoek doen wel echt geweldig, want daar gebeuren nieuwe dingen en komen we op ideeën voor onze eigen collectie. Die eigen projecten binnen ons label vind ik dan ook veel spannender om te doen. Maar vooral het ontwerpen van een collectie in samenwerking met grote namen geeft voor het grote publiek aan dat je leading bent in wat je aan het doen bent.”

Je verplaatst je daarmee dus echt meer in de richting van – sorry voor het woord – commercieel modeontwerp?

“Commercieel design heeft echt een negatieve lading gekregen in de kunstwereld, alsof het iets vies is of zo. Onterecht! Grote werken van bijvoorbeeld Michelangelo en Rembrandt werden al in opdracht gemaakt, daar kijkt nu toch ook niemand van op? Als ontwerper heb je commercie juist nodig om je verder te kunnen ontwikkelen. Fabrikanten willen alleen met je werken als ze zien dat je op kunt schalen. Zelfs als je geluk hebt en als beginnende ontwerper mag starten in een fabriek, wordt er vooral gekeken naar de kwantiteit en potentie van je designs. Je productie wordt natuurlijk enorm opgeschaald door projecten aan te gaan met bekendere merken. Vooral als modeontwerper heb je die commerciële ontwikkeling denk ik heel erg nodig om te innoveren. En innoveren op het gebied van draagbare kleding voor het grote publiek betekent hard werken om de kwantiteit van je producten te verhogen.”

Met BYBORRE heb je je werk al kunnen laten zien in grote steden als Berlijn en Tokio. Merk je dat mensen buiten Nederland een bepaald beeld hebben van jou als Dutch Designer?

“In de laatste 20 jaar is er volgens mij een duidelijk beeld ontstaan van Dutch Design: degelijk, kwalitatief, met eigen visie en een hoog esthetisch gehalte. Ontwerpen die eerst heel functioneel waren, werden naar verloop van tijd steeds esthetischer vormgegeven. Ik merk dat mensen eigenlijk altijd positief reageren wanneer ik zeg dat ik uit Amsterdam kom. Niet alleen op het gebied van design, maar ook in het algemeen zijn mensen positief over Nederland. Volgens mij hebben we inmiddels bewezen dat Nederland naam gemaakt heeft met haar design.”