Hoe gaat het nu met... Richard Hutten?

October 6 2017

6
Oct
2017

Diverse keren is ontwerper Richard Hutten genomineerd voor een Dutch Design Award. Hij deed mee in verschillende categorieën en werd door de jury steevast geprijsd om zijn vermogen een eigen draai te geven aan ogenschijnlijk eenvoudige producten. Het proces van vervaardiging en de productie van zijn ontwerpen lijken steevast centraal te staan in zijn werk.

Waar komt die interesse in het proces van realisatie van je ontwerp eigenlijk vandaan?

“Het maken van producten is wat ik echt graag wil. Zoveel mogelijk mensen verblijden met mijn werk, en daar is massaproductie een heel goed middel toe. Toen ik als ontwerper begon, was het hele ontwerplandschap behoorlijk anders. Nederland krabbelde toen ook net op uit een crisis, maar we hadden nog natuurlijk nog geen internet en mobiele telefoon. Het was een hele andere wereld waar je niet meteen aan de bak kwam in de ontwerpindustrie. Ik heb er toen voor gekozen om een eigen productiebedrijf te beginnen en ben daar pas tien jaar geleden mee opgehouden. Nu hoef ik me inderdaad alleen maar te concentreren op ontwerpen, dat wat ik het leukste vind.”

Is deze studio ook de plek waar je zelf je producten fabriceert?

“Tot 2008 produceerde ik zelf op deze plek, nu ontwerp ik hier alleen nog maar. Ik bezoek mijn klanten en mijn klanten komen ook hier. Over het algemeen zijn zij in het buitenland gevestigd en moet ik dus veel reizen, maar ik probeer zo veel mogelijk hier te zijn om te werken en te spelen. Het bevalt me hier heel goed. In deze studio zit ik al sinds 1998, dus ook al best een lange tijd. Toen ik in 1993 in dit gebied kwam werken, was er nog bijna niemand. Nu hebben ontwerpers als Daan Roosegaarde en Sabine Marcelis hier ook hun studio gevestigd. Het is echt een soort creatieve spot geworden in Rotterdam.”

Is spelen belangrijk in je ontwerpwerk?

“De kern van mijn bestaan is het spel in mijn leven. Homo Ludens, het boek van historicus Johan Huizinga over de spelende mens, is mijn bijbel. Zoals hij omschreef, zie ik spelen als een cultuur. Ik ben cultuurondernemer, ik maak cultuur, spel is cultuur. Mensen vragen me ook weleens hoe ik daarbij aan inspiratie kom, maar daar doe ik eigenlijk helemaal niet aan. Wanneer je een voetbal aan een kind geeft vraag je toch ook niet of hij inspiratie heeft om te voetballen? Het gaat daar niet om, het gaat vooral om plezier maken en het gewoon doen. Die kinderlijke naïviteit hoop ik er altijd in te houden. Ik heb nog nooit zo’n grote druk gevoeld dat ik blokkeerde, er moet weliswaar gepresteerd worden maar uiteindelijk is het maar een spelletje. Het is heel erg zwaar, je moet heel erg je best doen. Creativiteit is een spier die je moet trainen, die train ik elke dag. Op het moment dat ik niets meer leer houd ik er mee op, maar nu blijf ik nieuwsgierig en blijf ik onderzoeken en blijf ik buiten de lijntjes kleuren, niet bang om te falen. Keihard werken omdat het leuk is.”

Met hoeveel mensen werk jij aan je producten?

“Op dit moment werken we met vier man in de studio. Ik probeer het klein te houden, dus ben heel selectief in het aannemen van opdrachten zodat het leuk blijft. Een tijd terug had ik negen man personeel in dienst. Ik voelde me toen meer manager dan ontwerper, en daar werd ik diepongelukkig van. Ik wil geen dirigent van het orkest zijn, maar meespelen in de band.”

Maar je bent wel creatief directeur van Gispen.

“Als creatief directeur heb ik niets te maken met budgetten en investeringen, maar kan ik sturen in een bepaalde richting en vrijblijvend advies geven. Ook in mijn eigen werk adviseer ik de klant om een bepaald product te maken, en dan kunnen ze natuurlijk altijd nog ja of nee zeggen. Ik vind het leuk om zo strategisch te werk te gaan; de potentie van een bedrijf te gebruiken om een visie neer te zetten.”

Foto: Vincent Mentzel

Aan je vele en erg verschillende nominaties te zien, voel je je thuis in veel ontwerpdisciplines. In welke tak van design ben je momenteel het meeste werkzaam?

“Meubelontwerp is vanaf de dag dat ik begonnen ben het belangrijkste onderdeel van mijn werk, en dat is nog steeds wat ik het leukst vind om te doen. Ik wil ook nog steeds de ultieme stoel maken. Dat gaat me nooit lukken, maar ik blijf het proberen. Hoewel het makkelijk lijkt, is een goede stoel maken erg ingewikkeld, daar doe ik soms jaren over. Er worden ontzettend veel stoelen gemaakt en een hoop verschillende manieren geprobeerd, maar het zijn niet allemaal relevante ontwerpen. Ook de mislukkingen hebben we echter nodig om tot goede dingen te komen. Het experimenten en proberen hoort erbij als onderdeel van het spel, met als doel om die ene stoel te kunnen maken die ertoe doet.”

En hoe ziet die ultieme stoel er dan uit?

“Voor mij bestaat de ultieme stoel niet, want die moet nog gemaakt worden. En misschien maak ik hem wel. Je hebt natuurlijk honderdduizend verschillende soorten stoelen, met elk een andere functie. Een stoel als kunstobject, niet om op te zitten, of een bureaustoel die comfortabel moet zijn. De opdrachtgever heeft voor elke stoel weer andere wensen en eisen. De stoel die je maakt, moet het beste zijn voor de context waarin je hem ontwerpt.”

Welke mogelijkheden zie je nog voor je in de toekomst?

“Ik zal heel mijn leven stoelen blijven ontwerpen. Het leukste vind ik wel om iets te ontwerpen dat ik nog nooit ontworpen heb. En iets dat binnen mijn ethische normen valt. Geen wegwerpproducten, maar een voorwerp dat mensen koesteren, dat met verantwoorde materialen geproduceerd is. Als het op zo’n ethische manier gebeurt, wil ik alles eigenlijk wel ontwerpen.”