03.03.2020

Het kan interessant zijn om de status van het Nederlandse design te spiegelen aan die van een ander land. Zo wordt bij de beoordeling van Dutch Design Awards (DDA) een aantal criteria gehanteerd. Hoe worden die geïnterpreteerd door een ontwerper, werkzaam op een ander continent? De oorspronkelijke criteria en toelichting zijn te vinden op de website, maar in deze column laat commissievoorzitter Joost Alferink productontwerper Adriaan Hugo reflecteren op de criteria van DDA. Samen met partner en grafisch ontwerper Katy Taplin vormt hij de baanbrekende Zuid Afrikaanse ontwerpstudio Dokter & Misses in Johannesburg.

Impact
Voor ons is impact écht het onderwerp binnen ons bedrijf geworden. Dat is zo gegroeid over de afgelopen twaalf jaar. In het begin wilden we vooral ‘coole’ producten ontwerpen en maken. Nu zijn we er ons vooral van bewust dat we 15 mensen van een betaalde baan voorzien en dat elk van hen weer een financiële verantwoordelijkheid draagt voor 5 tot 10 mensen. Vooral die afhankelijkheid van een grotere groep mensen van één betaalde werknemer is bij jullie wel anders denk ik. De samenleving is hier veel meer divers, de nadruk ligt bij veel mensen toch op meer op overleven.

Daarnaast is onze aanwezigheid van de studio in het centrum van Johannesburg en onze werkplaats in een van de oudste wijken Jeppestown van groot belang voor de stad. Er staat zoveel druk op onze samenleving, mensen raken daardoor soms gedesillusioneerd en willen weg. Dat wij en andere ontwerpers in de stad zijn en blijven geeft een belangrijk positief signaal.

Onderscheidend vermogen
Dit criterium speel bij ons minder, de eigenheid in ons werk komt voort uit een grote drang tot maken, de mensen in de werkplaats aan het werk te houden. Vorig jaar kregen we van The Southern Guild Gallery een opdracht voor een collectie meubelstukken. Om los te komen van de dagelijkse verantwoordelijkheid hebben we deze serie in onze vakantieperiode ontworpen en gerealiseerd.

1
2

Zeggingskracht
Voor mij is dit een vanzelfsprekend criterium voor al ons werk. Het komt wel eens voor dat we een puur commerciële opdracht uitvoeren, zoals onlangs het ontwerp en de realisatie van 5200 meubelonderdelen (bed, werkdesk en kast) voor een studentencomplex. De zeggingskracht is dan ondergeschikt aan de realisatie maar het blijven producten die uit onze eigen werkplaats komen en zullen dus altijd een signatuur meekrijgen.

Productiewijze
Zoals al eerder gezegd, de meeste producten komen uit onze eigen werkplaats in Jeppestown. Vooral het staalwerk en de assemblage doen we zelf. We werken met veel toeleveranciers. Vanaf het begin hebben we gekozen voor een transparante manier van onderhandelen, onze toeleveranciers kennen onze prijsopbouw en zijn daar onderdeel van.

Onlangs werden uitgenodigd voor een workshop bij Ngwenya, een glasfabrikant in Swaziland. Een fabriek die jaren geleden op sterven na dood was werd gered door een ambitieus trio. Er wordt uitsluitend met gerecycled glas geblazen, de ovens draaien op oude olie van KFC en de benodigde elektriciteit komt van zonne-energie. Van de glasblazers was er nog één persoon die het vak in alle dimensies beheerste. Inmiddels is er een nieuwe generatie blazers aan het werk. Wij hebben een serie glazen ontworpen waarbij 2 kelken het glas én voet vormen. De ene keer is het rode wijnglas de voet van het witte wijnglas of andersom. De glasblazers komen steeds met hun gloeiende glas bij elkaar om de kelken te laten versmelten.

Nu wil een grote retailer onze glazen gaan verkopen maar worden we onder druk gezet om onder de kostprijs te leveren. Wonderlijk dat grote bedrijven van je verwachten dat omwille van ‘het kapitalisme’ je de eigen marges naar nul kunt brengen. De onderhandelingen bevinden zich in de laatste fase en ben benieuwd of we deze strijd gaan winnen.

Joost Alferink, DDA-jurylid en commissievoorzitter in de categorie ‘Product’.