03.11.2020

Afgelopen week werd bekend dat Forum Groningen de winnaar is in de categorie Habitat van Dutch Design Awards 2020. Deze column biedt binnen het kader van Dutch Design Week van dit jaar nogmaals de gelegenheid de drie genomineerde projecten en hun ontwerpers gezamenlijk en gelijkwaardig te beschouwen.

De drie genomineerden in de categorie Habitat zijn op meerdere manieren te bekijken. In de eerste plaats als Nederlandse representanten van zorgvuldig en aandachtig ruimtelijk ontwerp. Een kwaliteit die we in de weelde van ons hoogwaardig ruimtelijk ingerichte land soms iets te vanzelfsprekend vinden. Daarnaast is elk van de projecten te zien als echo van de spanning die zich de afgelopen maanden, ook in het publieke domein, heeft opgebouwd. Deze projecten verbeelden echter direct ook uitwegen uit deze en andere crises waar onze samenleving, en het vak van ontwerpen in het bijzonder, vaker door gegijzeld dreigen te worden.

De recente periode heeft onze wereld op zijn kop gezet, zoveel is duidelijk. Tal van vanzelfsprekendheden en routines verdwenen plotsklaps of werden vervangen door maatregelen en aanpassingen die voortkwamen uit onmiddellijke urgentie en improvisatie. Veel van de oorspronkelijke zorgvuldigheid en balans kwamen als gevolg daarvan onder druk te staan. Grondbeginselen werden niet zelden (tijdelijk) ter zijde geschoven. Alles natuurlijk met dringende argumenten in de hand. Nood breekt immers wet.

Vooral op het gebied van het publieke domein zijn de effecten van de abrupt veranderde samenleving manifest. De herindeling van onze winkels, straten en pleinen op basis van een 1,5 meter-maatstaf en met ‘hulp’ van allerhande plastic schermen en de talloze Duct tape-patronen zijn er de meest prominente resultaten van.

De spanning en angst die zich met deze symbolen aan het gebruik en onze visuele beleving van de (openbare) ruimte opdringt doet bijna vergeten waar we vandaan komen en wat nog niet zo lang geleden (het oude) normaal was. Een publiek domein dat wordt vormgegeven en gebruikt volgens principes als ruimtelijke beleving, zichtlijnen, duurzaamheid, sociale interactie en ontmoeting.

Het is te hopen dat veel van de geïmproviseerde maatregelen en veranderingen, hoe noodzakelijk ook, weer snel plaatsmaken voor de oorspronkelijke elementen én voor de kwaliteiten die ze opleveren. Dat het ontwerp en ontwerpers weer kunnen werken aan ruimte die zorgvuldig en leefbaar is.  Aan ankerpunten die gebed zijn in langdurige en gekoesterde tradities.

1
2

De drie genomineerde projecten voor de categorie Habitat zijn goede voorbeelden van dergelijke ankerpunten. Elk project staat op zijn eigen manier voor heldere keuzes, voor kwaliteit en geeft richting aan. De ontwerpers van deze projecten hebben duidelijke, soms zwaarbevochten, stappen gezet die op overtuigende ontwerpkracht gestoeld zijn. Elk project agendeert daarbij een bepaald aspect. Of het nu de onverminderde waarde en kracht van publieke plekken in de stedelijke ruimte betreft, het belang en het onderstrepen van de noodzaak van zorgvuldig ontworpen leeromgevingen voor onze kinderen of de schoonheid van ontwerp dat de aandacht vestigt op de verstoorde balans tussen mens en natuur. Een aspect dat juist in de huidige gecontroleerde en radicaliserende wereld te vaak naar de achtergrond wordt gedrukt.

De genomineerde projecten zijn daarmee zowel een spiegel van de vervormde actualiteit, als een herinnering aan een wereld waarin ontwerp betekenisvol, sturend en waardevol is. Een wereld die aandacht, onderhoud en herstel behoeft.

Het Forum Groningen, de buurtschool IKC De Molenwiek en de tentoonstelling Paper Gardens zijn elk voorbeelden van zorgvuldige ruimte. Het zijn projecten die we moeten koesteren en waarvan we ontwerpers en achterliggende visies in het vizier moeten houden. De nominatie voor de Dutch Design Award 2020 draagt daar hopelijk aan bij.

JaapJan Berg, DDA-jurylid en commissievoorzitter in de categorie ‘Habitat’